In mijn vorige blog - ‘Een stap terug, twee stappen vooruit’ – maakte ik duidelijk dat het betrekken van de samenleving bij projecten in de openbare ruimte nogal te wensen over laat. Dat dit niet alleen mijn mening is, blijkt wel uit de huidige ontwikkelingen rondom de aankomende Omgevingswet. Deze wet, voortgekomen uit de ambitie om beter, sneller en eenvoudiger met de fysieke leefomgeving om te kunnen gaan, gaat helpen om knelpunten op te lossen. Er staat niet concreet in wát er moet gebeuren, maar wel hoe: overheden moeten samenwerken met burgers en bedrijven en hen betrekken bij plannen. Dat werd tijd.

Hoe dichter ik bij het 5 Mei Plein in Utrecht kom, des te beter wordt zichtbaar dat hier werkzaamheden bezig zijn. Weggedeelten zijn afgesloten, hopen zand verraden dat er flink wat afgegraven is en de gele borden zijn niet meer op twee handen te tellen. Nadat ik een volledig rondje om de rotonde rijd – gewoon omdat het kan – pak ik de juiste afslag naar het kantoor van Mark Huisman. Hij werkt – vanuit het kenniscluster voorbereiding & realisatie – op het project HOV Busbaan Transwijk. Zijn rol? (Hoofd) uitvoerder.

Het is vroeg in de morgen en Utrecht ontwaakt. Mensen verplaatsen zich per auto, bus, tram en trein van huis naar het werk. Zelf ben ik onderweg naar mijn eerste projectbezoek bij een partner van Ipcon. Als ik bij de Uithof aan kom rijden, is het een drukte van belang op het busplatform. Goed openbaar vervoer in een stad als Utrecht is erg belangrijk, zo blijkt maar weer. De Uithoflijn is één van die projecten die het gebruik van openbaar vervoer in Utrecht moet stimuleren. Ik heb vandaag afgesproken met Nick Vos – expert bij Ipcon binnen het kenniscluster Asset Management – die onderdeel uitmaakt van het test- en beheerteam op het project van de Uithoflijn.

Ingewikkelde kwesties in de openbare ruimte worden regelmatig langslepende kwesties, zonder een goede oplossing waar alle partijen zich goed bij voelen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de aanleg van bovenregionale infrastructuur, de beoogde bouw van een windmolenpark of de vestiging van een fabriek die werkt met gevaarlijke stoffen. Maar is de meest gehanteerde chronologische opbouw van een dossier ten aanzien van deze kwesties wel toereikend?